Herladen II
Op deze pagina behandel ik wat stappen die je als grendelschutter kunt doen om betere resultaten te behalen met je munitie. Onderstaande stappen uitvoeren voor bijvoorbeeld een AK is overdone. Aan ieder zelf wat hij met onderstaande info doet, als je maar weet wat je doet. Ik beschrijf hier mijn manier en wat ik allemaal doe om de munitie aan te passen op het wapen. Het zijn geen benchrestpraktijken maar ik vind het leuk om te herladen en goede munitie te maken. Soms zijn de stappen die ik doe overdone voor mijn Sako TRG-22 en voor de afstanden die ik schiet (100 tot 500 meter), maar ik kan dan de munitie grotendeels uitsluiten als factor. Het gaat erom of JIJ tevreden bent over je gemaakte munitie. Veel zit tussen de oren, als je de munitie al niet vertrouwt.......
Als eerste behandel ik wat gereedschappen die de nauwkeurigheid kunnen verhogen. Verderop omschrijf ik mijn methode van herladen om mijn doel te bereiken. Mijn doel is om groepjes van +/- 0.5 MOA te schieten. Met het programma ONTARGET kun je telkens je schietresultaten meten en vastleggen zodat je ziet wat er fout gaat.
De materialen die ik hiervoor gebruik zijn:
Ik gebruik de Redding competition dieset. Deze bevat een competition-seater en necksizer. De comp seater is eenvoudig in gebruik en snel te verstellen door zijn micrometer verstelling. De slingering van de kogel na het zetten kun je met de Redding reduceren van 0.02 tot 0.06mm ongeveer. Gemeten op 8 mm vanaf de tip. Voor wedstrijden zoek ik de 25 beste uit die onder de 0.03 zitten. De necksizer is eveneens te verstellen met de micrometer. Onnodig want dat komt niet op een halve mm. De reden dat ik de gehele compset gekocht heb met micrometer was de prijs. Als je een losse seatercomp koopt en een losse neckdie(zonder mic) + losse body, ben je veel duurder uit dan dat je deze als gehele set koopt. Aan ieder zelf of hij liever €205 uitgeeft voor 3 losse dies, of € 169,95 voor een compset.
Competition Neckdie
De neckdie kalibreert, zoals de naam al suggereert, enkel de nek. De rest van de huls blijft in de vorm zoals hij uit je geweer komt. Voordelen hiervan zijn:
- Je hulzen slijten minder (telkens oprekken en terugsizen van de huls verzwakt het messing)
- De huls beter centreert in je wapen omdat hij geen kant op kan in je kamer.
- Je niet hoeft te vetten.
De Redding competition neck die bestaat uit de volgende onderdelen.
- Behuizing met 7/8" schroefdraad
- Geleidebus voor de huls. Deze veert met de huls mee zodra je gaat sizen. Hierdoor wordt de huls goed de die ingeleid.
- Bushing.
- Veer die de geleidebus omlaag drukt.
- Micrometer verstelling met decapperpin. De expanderball is afwezig zoals je kunt zien.
De Redding Neckdie gebruikt dus een Bushing. Dit is een losse bus die je in de die plaatst die de nek sized. Omdat de necksizer geen expanderball heeft moet de bus in de juiste maat gekozen worden.
Meten met een micrometer is iets wat je met beleid moet doen. Er zitten op een micrometer 2 verstelmogelijkheden.
De ene is een starre verbinding waardoor je snel de micrometer kunt verstellen. De andere knop is een gevoels/slipknop. Hiermee ga je meten. Deze knop slipt door als je de juiste meetdruk hebt bereikt. Zo meet je op de juiste manier met een micrometer. Mensen die hier nooit mee werken weten niet welke meetdruk de juiste is en kunnen zodoende makkelijk de micrometer naar 0.333 draaien ipv 337 als ze de starre verstelling gebruiken. Het is geen lijmtang die je vastdraait namelijk. Met de gevoelsknop kan het bijna niet fout gaan.
Bodydie.
Naast de neckdie kun je een bodydie gebruiken. Deze kalibreert alles terug naar de gewenste maat behalve de nek. Eens in de zoveel herlaadbeurten zul je moeten fullsizen, of in dit geval bodysizen.
Fullsize type S.
![]()
Een normale fullsizer werkt met een expanderball. De huls wordt eerst flink te klein geknepen tijdens het sizen en bij de teruggaande slag wordt de expanderball weer terug door de hulsmond naar buiten getrokken. Deze brengt op deze manier de maatvoering aan. Dit zijn allemaal handelingen die de huls extra belasten en bovendien de hulsnek scheef kunnen duwen.
Een type S die fullsized wel de gehele huls zonder gebruik te maken van een expander, maar maakt gebruik van een bushing. Deze bushing is hetzelfde als van de neckdie. De hulsnek wordt dus exact gevormt naar wat jij wil, niet meer, niet minder. Bovendien kan de afwezige expanderball de hulsnek niet verpesten door te slingeren. De hulsnek zal echter niet over de gehele lengte gesized worden. Dit kan geen kwaad en is normaal voor dit soort dies.
Competition seaterdie.
De Redding competition die is uitgevoerd met micrometer om nauwkeurig en snel de juiste lengte van je patroon in te stellen. De passingen van de die zijn strak zodat de kogel in de juiste richting geperst wordt en niet een eigen leven kan gaan leiden.
Forster benchrest dies.
Na een tip van een medeschutter ben ik Forster gaan proberen. De Forster benchrest seater verraste mij in prijs én nauwkeurigheid.
Bij een vergelijking tussen de Redding en de Forster seaterdie kwam ik tot de conclusie dat de Forster constitenter was. Er lagen nu gemiddeld 70% van de patronen binnen een tolerantie van 0.03mm slingering. De Redding scoort ongeveer 50 a 60%.
Je hebt 2 varianten bij de Forster benchrestseaters. De gewone versie die je met een stelschroef moet verstellen en de duurdere die je met een micrometer verstelling bedient. Wat betreft nauwkeurigheid merk ik geen verschil. Het enige voordeel is dus de snelle en nauwkeurige manier van verstellen.
Forster neckbump die.
Deze die werkt met hetzelfde principe als een Redding type S Fullsize die.
Herladen voor de "gevorderde"schutter of schutters die meer willen dan groepen van >1 MOA.
Ik begin altijd met nieuwe hulzen van Lapua. Deze zijn zeer consistent wat betreft maatvoering. Deze hulzen gaan eenvoudig 25x herladen mee in een grendelbuks. Dus de dure aanschaf van 40 euro per 100 is verwaarloosbaar, namelijk 0.016 per schot.
De nieuwe hulzen vuur ik altijd 1x af in mijn geweer alvoor ik ze ga bewerken. De volgende stappen voer ik uit om mijn hulzen zo uniform mogelijk te krijgen.
- Hulsnekken op diktes sorteren/controleren.
- Primerpocket uniformen.
- Flashhole uitschuinen.
- Hulzen op 50.8 trimmen.
- Hulsmond uitschuinen/afbramen.
- Hulsnek afdraaien. (voor de liefhebbers)
Om te beginnen sorteer ik alle hulzen rechtstreeks uit de doos.
Bij Lapua zullen 90% van de hulzen zo goed hetzelfde zijn en heb je dus weinig uitval. Degene die buiten je tollerantie vallen(+/-0.01mm) kun je gebruiken voor trainingspatronen oid.
Met de RCBS casemaster kun je meer dan enkel de slingering meten van de kogel. Op deze foto kun je zien hoe je hulsnek diktes kunt vergelijken met elkaar en evntueel de dikte kunt meten.
Plaats een huls zoals op de foto en controleer op 4 plaatsen of de hulsnek van gelijke dikte is op 0.02mm verschil nauwkeurig. Grotere afwijkingen kun je apart houden en eventueel een aparte batch van maken met allemaal die diktes, of je schiet ze gewoon op als trainingsmunitie.
Ik persoonlijk maak altijd batches van 50 patronen. Van de 50 gemaakte patronen houd je straks na de kogel zetten misschien 30 over die acceptabel zijn wat betreft slingering. Je kunt dus wel batches maken van 30 patronen omdat een wedstrijd maar 30 patronen is, maar dan mag je geen uitval hebben. Dit is een persoonlijk keuze.
Primerpockets uniformen.
Ik gebruik hiervoor een K&M freesje. De primerpockets zijn door de fabricage niet mooi scherp onderin. Hier zit altijd iets van een radius. Hierdoor kan de primer nooit mooi vlak in de huls komen te liggen en zullen ze ook nooit gelijk liggen. Deze radius haal ik dus weg en je zult zien dat hij ook iets van de bodem af freest. Alle primers zullen nu even diep liggen.
Het vlamgat heeft altijd aan de binnenkant wat braampjes zitten. Deze zorgen ervoor dat de vlam van de primer niet gelijkmatig de huls ingaat. Door het vlamgat uit te schuinen vanaf de binnenkant zal de vlam rondom in de huls het kruit gelijkmatig ontsteken.
De K&M tool heeft een aanslag welke voorkomt dat je teveel uitschuint. Deze komt op de bodem van de huls en is dus niet afhankelijk van de lengte van de huls.
Op de 2e foto zie je hoe de tool gecentreerd wordt in de huls. Deze schuift over de geleding en is dus variabel.
Voor deze klus gebruik in een Wilson casetrimmer. Deze casetrimmer werkt door middel van een bus waar de huls perfect in past en ervoor zorgt dat hij haaks op de freeskop staat. Hierdoor frees je de huls rondon netjes op maat en niet aan één kant 50.8 en de andere kant op 51.0mm.
Als je de hulzen een keer gefullsized hebt zul je zien hoelang de hulzen worden. Een huls groeit namelijk niet bij het afvuren maar bij het fullsizen. Na het afvuren zul je zien dat de huls lichtjes korter is geworden dan de maat waarop je hem getrimd had.
De werking is eenvoudig. Plaats een huls in de bijpassende bus. Draai de micrometerverstelling zover terug dat de afstand tussen de frees en de aanslag van de micrometer meer dan de gewenste lengte van je huls bedraagt. Plaats de bus met huls en druk hem tegen de aanslag. Draai nu voorzichtig de aanslag richting de frees tot hij hem raakt. Klem nu de bus + huls vast en frees een klein beetje van de lengte af.
Meet de huls en corrigeer met de micrometer het verschil. Je hebt nu een huls die goed op lengte is en bovendien mooi haaks gefreesd is.
Dit kun je doen met een handtooltje of je doet het op de Wilsoncasetrimmer waarbij je een uitschuinfrees plaatst. Voordeel van deze laatste optie is dat je ze allemaal gelijk maakt en zodoende een uniforme huls krijgt. Met de hand doe je het snel net iets te groot en bij de volgende huls weer te klein. Of je houdt hem schuin etc.
Op deze foto is de uitschuinfrees duidelijk te zien. Aangezien alles met vaste instelbare aanslagen werkt kun je de gewenste uitschuining perfect instellen. De werkwijze is idem aan de werking van de huls op lengte trimmen.
Degene die veel tijd willen steken om een goede huls te krijgen kunnen ook de nekken afdraaien zodat ze uniform zijn. Voor Lapuahulzen mijn inziens totaal overbodig omdat ze al binnen 0.01mm gelijk zijn. Het is sneller om even alle Lapuahulzen te sorteren op gelijke nekdiktes dan ze af te draaien.
Voor degene die geen Lapuahulzen maar een eigen favoriete hulsmerk hebben kunnen hun hulsnekken dus afdraaien met behulp van bijv een K&M neckturner.
Het afdraaien is relatief eenvoudig. Eerst rek je met de bijgeleverde mandrel de hulsnek op tot een bepaalde maat zodat ze strak over de neckturner glijden.
klem de huls in de bijgeleverde spantang/handvat om de huls goed vast te kunnen houden.
Houd met je zwakke hand de turner vast en met je sterke hand draai je de huls rond en beweegt hem langzaam langs het beiteltje. Je kunt de spantang ook in een accuboormachine zetten en zo de machine het werk laten doen. Let er wel op dat je nu snel warmte brengt in het materiaal wat ervoor zorgt dat het materiaal uitzet. Dit betekend dat je teveel van de huls afdraait. Blijf iets voor de schouder met het afdraaien. Haal ook maar minimaal materiaal weg om een sterke nek te behouden. De bedoeling is om ze zuiver rond/slingervrij te krijgen, niet om er flink wat materiaal weg te halen. Anders dan bij customwapens hoef je voor een fabriekswapen je nekken niet op een bepaalde maat te draaien.
Ik heb zelf een tijdje mijn nekken afgedraaid maar merkte nauwelijks verschil, zeker niet op 100meter. Leuk voor misschien de grotere afstanden, maar voor de korte afstanden overbodig.
Primer zetten.
De volgende stap is het zetten van de primer. Hierin ga ik niet heel ver. Dit in de zin van dat ik geen tool koop die met een micrometer de diepte meet van de gezette primer. Ik frees alle primerpockets even diep en ga er van uit dat de handprimer de primers netjes op de bodem aanduwt.
Ik gebruik hiervoor de handprimer van RCBS en soms de aanvoerunit van mijn Redding T7 pers.
Hulsladingen aanbrengen.
Ik heb altijd een Redding BR kruitmolen hiervoor gebruikt maar omdat ik nog wel eens van lading, kruittype en kop wissel vond ik dat instellen niet makkelijk.
Daarom heb ik een RCBS Chargemaster combo aangeschaft in Amerika. (zie pagina herlaadtools voor uitgebreide info).
Deze gooit op +- 0.1 grain nauwkeurig de ladingen en is eenvoudig instelbaar en om te stellen naar een andere kruitsoort en lading.
Voor ladingen tot 100 a 200 meter is het in een 308 niet zo spannend of het op 0.1 grain nauwkeurig is, is mijn ervaring. Er zit dan nauwelijks hoogte verschil tussen je schotbeelden. Op grotere afstanden raad ik aan wel een nauwkeurige lading te werpen. Als je geen Chargemaster hebt kun je altijd de lading analoog afwegen en tricklen tot de juiste waarde. Hier gaat echter veel tijd in zitten.
Schiet je altijd op 100 meter met een 308 dan zou ik niet teveel tijd steken in tricklen maar zorg dat je een goede kruitmolen hebt die uniform gooit. Binnen 0.3 grain is wel een pre. Schiet je met 223 of andere kleine hulsvolumes dan zou ik wel afwegen en tricklen omdat dan 0.3 grain verschil harder afstraft.
Als je wat ervaring hebt opgedaan in het herladen en je weet waar je mee bezig bent kun je eventueel gaan spelen met je ladingen buiten de tabellen, maar dit is altijd op eigen risico. Ikzelf ga vaak iets onder de minimum lading zitten omdat dit lekker rustig schiet. Ga niet ineens 3 grain onder je lading zitten want onderladingen zijn gevaarlijker dan verladingen. Bij overladingen krijg je allerlei verschijnselen die duiden op overdruk waardoor je merkt dat je de grens aan het opzoeken bent. Bij onderladingen is dit niet het geval en je wapen zal het ineens begeven als je tever bent gegaan. Kijk hier dus mee uit. Je hebt te maken met minimale hulsvullingen/volumes. Te weinig kruit in je huls kan ervoor zorgen dat je een flashover krijgt in tijdens de ontsteking. De primer ontsteekt ineens de lading kruit van voor naar achter waardoor de druk veel te snel oploopt ipv rustig van achter naar voren.
Wil je meer snelheid kun je gaan overladen met alle nadelige gevolgen vandien. Je kunt beter een double based kruittype uit de N500 serie van Vitha Vuori nemen. Deze geven je meer snelheid bij gelijke drukken.
De kogel plaatsen.
De één na laatste stap van het herladen. Hierbij kun je veel van je eerder gedane werk ongedaan maken door slechte dies te gebruiken waardoor de kogel schuin in je huls komt te staan.
Ik heb verschillende dies geprobeerd om zo tot de meest ideale die te komen voor mijn wens. Ik ben begonnen zoals vele herladers met Lee. Toen ik eindelijk uitgehuild was van het slechte resultaat ben ik overgestapt op aanraden van collega herladers op Redding. Eerst de normale versie en toen de competition dies.
Hier ben ik tot op heden tevreden mee. Maar word je geattendeerd op andere merken die ook goed zouden zijn. Forster kwam in beeld. Hey die prijzen zijn een stuk vriendelijker dan Redding "dan zal het ook wel minder zijn" was de eerste gedachte.
Stiekem een Forste benchrestseaterdie aangeschaft en gaan testen. Na 50 patronen zag ik dat ik meer patronen overhield die in mijn "goedgekeurd" bakje vielen. Daarna de stap maar gemaakt naar de Ultra seaterdie van Forster met micrometerverstelling want "ik is lui" en wil snel kunnen verstellen tussen bepaalde lengtes.
Ik heb ook een poosje met de Arborpers en Wilson dies getest, maar dat duurde vrij lang en het resultaat was niet altijd zoals ik wilde.
Slingering meten van de kogel.
![]()
Als ik gewoon ga trainen meet ik nooit de slingering van mijn patronen. Ga ik echter wedstrijd schieten dan haal ik er de beste 30 uit. Ook op langere afstanden meet ik de slingering.
Waar je precies meet is aan jezelf, hoe verder je naar de tip meet hoe meer hij kan slingeren. Als je dus dicht bij de hulsmond meet zul je nauwelijks slingering meten en jezelf dus een beetje voor de gek houden. Ik meet ongeveer op 3/4 uitsteeklengte vanaf de hulsmond. Als hier de kogels binnen 0.04mm liggen vind ik het prima.
Hoe verder je van de hulsmond afmeet hoe nauwkeuriger het wordt, enkel is het bijna onmogelijk om zover van de hulsmond een slingering te krijgen die acceptabel is. Slingering zal er bijna altijd wel inzitten.
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Laatst aangepast ( woensdag, 11 augustus 2010 11:33 )

Herladen II

